ECLI:NL:RBDHA:2026:11042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 6 mei 2026 het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie beoordeeld. De minister had de aanvraag afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Duitsland niet voldoet aan de opvang- en procedurele normen, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast zou mogen worden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in Duitsland die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. De rapporten van de Asylum Information Database (AIDA) en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak ondersteunen dat Duitsland nog steeds als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd. Ook het beroep op bijzondere individuele omstandigheden en het risico op indirect refoulement werden verworpen omdat deze niet voldoende onderbouwd waren.
De rechtbank benadrukte dat het niet aan haar is om het risico op refoulement in Duitsland te onderzoeken zolang er geen bewijs is van structurele tekortkomingen. Eiser kan zijn zorgen in Duitsland zelf aankaarten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister handelde terecht door de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.