In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 februari 2024. Eerder had de rechtbank al geoordeeld dat de minister binnen twee weken een besluit moest nemen en een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- had opgelegd. De minister heeft echter niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Omdat de maximale beslistermijn van 21 maanden is overschreden, is een kortere termijn passend.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,-, die aanvangt nadat de eerder opgelegde dwangsom volledig is volgelopen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De dwangsom dient als prikkel om het bestuursorgaan te bewegen tijdig te beslissen.