Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. De minister van Asiel en Migratie besloot op 7 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen en een terugkeer naar het land van herkomst te gelasten. Na prejudiciële vragen aan het HvJ EU en daaropvolgende jurisprudentie werd het beroep aangehouden en later het terugkeerbesluit vervangen op 20 augustus 2025.
Eiser betoogde dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is vanwege strijd met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, en dat nader onderzoek naar toezeggingen had moeten plaatsvinden. De minister stelde dat het rechtmatig verblijf van eiser was geëindigd en dat het terugkeerbesluit daarmee rechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, dat er geen sprake is van gelijke gevallen en dat de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf oplevert. Er waren geen toezeggingen die het vertrouwensbeginsel schenden en geen aanleiding voor nader onderzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit bleef in stand en de minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.