ECLI:NL:RBDHA:2026:11619
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Slovenië
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 23 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar eerder een asielaanvraag had ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling en droeg eiser over aan Slovenië.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat Slovenië structurele tekortkomingen kent in het asiel- en opvangsysteem, zoals lange wachttijden en beperkte toegang tot opvangfaciliteiten, en dat de rechtsbijstand onvoldoende is. Hij stelde ook dat hij risico loopt op indirect refoulement bij overdracht.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van fundamentele en structurele tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Het AIDA-rapport van juli 2025 bevestigt dat Dublinterugkeerders in Slovenië opvang krijgen en dat wachttijden bestaan, maar dat zij niet op straat hoeven te verblijven. Ook is de rechtsbijstand adequaat geregeld voor de beroepsfase. Het risico op indirect refoulement werd niet getoetst omdat het vertrouwensbeginsel blijft gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser mag worden overgedragen aan Slovenië en de minister hoeft de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.