Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte geen belangenafweging heeft gemaakt zoals vereist door artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Tevens heeft verweerder niet beoordeeld of de afwijzing van de aanvraag op grond van het mvv-vereiste in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt en dat er onvoldoende is gekeken naar het risico op refoulement bij terugkeer naar Iran. Eiser, die de Iraanse nationaliteit heeft, heeft een zoon die in Iran woont en is bezorgd over zijn veiligheid bij terugkeer. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om de afwijzing van de aanvraag en het terugkeerbesluit opnieuw te beoordelen. Eiser krijgt gelijk en het beroep is gegrond.