In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 24 oktober 2023. Eerder had de rechtbank Haarlem de minister al een beslistermijn van zestien weken opgelegd met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500, maar de minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, is een kortere termijn passend. De rechtbank legt daarom een beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na bekendmaking van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Deze dwangsom is bedoeld als prikkel voor de minister om tijdig te beslissen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de dwangsom te verhogen, ondanks het eerdere uitblijven van een besluit. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €467.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.