In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 13 augustus 2023. De rechtbank had in een eerdere uitspraak de minister een beslistermijn van acht weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Gelet op het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden voor de behandeling van de aanvraag, wordt een kortere beslistermijn passend geacht. Na een nader gehoor op 27 september 2024 legt de rechtbank een termijn van vier weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- om de minister te stimuleren tijdig te beslissen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.