Eisers, een Somalische vrouw en haar drie minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk nog steeds geldt, ondanks enkele systeemtekorten in de Franse opvang. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bijzondere kwetsbaarheid hebben in de zin van het Tarakhel-arrest, noch dat zij zonder aanvullende garanties in Frankrijk geen adequate opvang zullen krijgen. De vrees van eiseres voor eerwraak door haar echtgenoot leidt niet tot een andere beoordeling, omdat zij zich tot de Franse autoriteiten kan wenden.
De belangen van de minderjarige kinderen zijn betrokken bij de besluitvorming en er zijn geen aanwijzingen dat een overdracht naar Frankrijk onevenredige nadelige gevolgen voor hen heeft. Het beroep wordt daarom afgewezen en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.