ECLI:NL:RBDHA:2026:14779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiseressen, met de Irakese nationaliteit, hebben in Nederland asiel aangevraagd nadat zij eerder asiel hadden aangevraagd in Griekenland, Kroatië en Duitsland. De minister nam hun aanvragen niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseressen voerden aan dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege push-backs en slechte opvangomstandigheden, en dat overdracht aan Kroatië onevenredige hardheid zou betekenen.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die geen structurele tekortkomingen in Kroatië vaststelden. Het AIDA-rapport van 2025 biedt geen nieuw inzicht dat tot een ander oordeel leidt. Ook is onvoldoende onderbouwd dat klagen bij Kroatische autoriteiten zinloos is.
Verder wijst de rechtbank het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening af, omdat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Kroatië onevenredig hard maken. De persoonlijke ervaringen van eiseressen zijn reeds beoordeeld in het kader van het vertrouwensbeginsel. Eiseressen zijn niet verschenen voor gehoor, waardoor de minister geen aanleiding had hun aanvragen onverplicht aan zich te trekken.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft in stand.