Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres 1,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, twee zussen met minderjarige kinderen, dienden asielaanvragen in Nederland in, maar deze werden niet in behandeling genomen omdat Denemarken verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. De Deense autoriteiten hadden eerder een Schengenvisum verstrekt en het overnameverzoek binnen de wettelijke termijn aanvaard.
Eisers voerden aan dat het claimverzoek niet tijdig was gedaan, dat het Deense asielbeleid strenger is en dat overdracht aan Denemarken in strijd zou zijn met het EVRM en het Handvest. Ook stelden zij dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast moest worden vanwege de belangen van de minderjarige kinderen en hun onderlinge afhankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was verzonden en aanvaard, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseressen niet aannemelijk hadden gemaakt dat Denemarken zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Verschillen in beschermingsbeleid bieden geen grond voor inhoudelijke beoordeling binnen de Dublinprocedure.
Ook was er geen aanleiding om de verantwoordelijkheid voor de behandeling aan Nederland toe te wijzen op grond van bijzondere omstandigheden. De belangen van de minderjarige kinderen en de onderlinge afhankelijkheid werden meegewogen, maar boden geen reden om af te wijken van de overdracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de bestreden besluiten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.