ECLI:NL:RBDHA:2026:16024
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen buitenbehandelingstelling asielaanvragen op grond van Dublinverordening Kroatië
Eisers hebben op 10 december 2025 asielaanvragen ingediend in Nederland, maar deze zijn buiten behandeling gesteld omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Nederland heeft Kroatië verzocht de aanvragen over te nemen, wat Kroatië op 2 januari 2026 heeft geaccepteerd.
Eisers betwisten het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië en wijzen op rapporten en eigen ervaringen van slechte behandeling, waaronder geweld, slechte detentieomstandigheden en vernieling van eigendommen. De rechtbank overweegt dat eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigen dat het vertrouwensbeginsel nog steeds geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel risico lopen op een schending van fundamentele rechten bij overdracht.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van onredelijke hardheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro en dat de standaardvoornemens voldoende zijn gemotiveerd. De beroepen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.