Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
. [4]
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Montenegrijnse nationaliteit en gehuwd met een Kroatische EU-burger, werd op 10 maart 2023 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens internationale drugshandel, gewoontewitwassen en wapenbezit. De minister van Asiel en Migratie besloot daarop zijn EU-verblijfsrecht te beëindigen en hem ongewenst te verklaren, waarna eiser bezwaar en beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de ontzegging en ongewenstverklaring rechtmatig zijn, omdat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. De belangen van eiser en zijn kinderen zijn meegewogen, maar de minister heeft terecht geoordeeld dat de impact op het gezinsleven niet zwaarder weegt dan het algemeen belang. Het waarschuwingsvereiste is niet geschonden, mede omdat eiser al vóór de waarschuwing strafbare feiten pleegde.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen de ongewenstverklaring ongegrond is en dat het beroep tegen de beëindiging van het EU-verblijfsrecht niet-ontvankelijk is, omdat de ongewenstverklaring het verblijf rechtmatig onmogelijk maakt. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het EU-verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en niet-ontvankelijk.