ECLI:NL:RBDHA:2026:17674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring vreemdeling wegens risico op onttrekking en zicht op uitzetting
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico op onttrekking aan toezicht. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de bewaring terecht is opgelegd gezien de herhaalde weigering van eiser om Nederland en de EU te verlaten, het ontbreken van identificatiedocumenten en het gebruik van meerdere aliassen. De stelling dat een lichter middel had moeten worden toegepast, werd verworpen omdat eiser onvoldoende onderbouwde hoe de bewaring zijn gezinsleven met partner en kinderen in België belemmert.
Verder oordeelde de rechtbank dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Libië of Algerije binnen een redelijke termijn, ondanks het ontbreken van een reactie op laissez-passer aanvragen. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan het uitzettingsproces. Ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid en het non-refoulementbeginsel leverde geen onrechtmatigheid op.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.