ECLI:NL:RVS:2025:4156
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na afwijzing beroep rechtbank
Appellant werd bij besluit van 26 juni 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 juli 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens werd verwezen naar een eerdere uitspraak over uitzetting binnen een redelijke termijn naar Libië.
De Afdeling vond geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.