ECLI:NL:RBDHA:2026:1892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat het Dublingehoor zorgvuldig is verlopen, waarbij eiser voldoende is geïnformeerd en gelegenheid heeft gehad om zijn bezwaren kenbaar te maken. De rechtbank oordeelt dat het gebruik van een standaard voornemen door de minister niet leidt tot een onzorgvuldig besluit, mits de relevante overwegingen duidelijk zijn opgenomen.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet meer geldt vanwege rapporten over tekortkomingen in de opvang en asielprocedure. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar recente jurisprudentie waarin is bevestigd dat het AIDA-rapport en de inbreukprocedure onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Verder heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, die de minister discretionaire bevoegdheid geeft om een aanvraag toch in behandeling te nemen, op zijn situatie van toepassing is. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Spanje blijft in stand.