ECLI:NL:RBDHA:2026:19510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne wegens ontbreken duurzame relatie
Eiser, een Marokkaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne en vanwege de inval van Rusland tijdelijke bescherming kreeg in Nederland, werd geconfronteerd met een besluit van de minister om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen en terugkeer naar Marokko te gelasten.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was genomen, onvoldoende gemotiveerd en dat hij niet was gehoord. Ook stelde hij dat hij een duurzame relatie had met een Oekraïense vrouw die tijdelijke bescherming geniet, waardoor hij recht zou hebben op voortzetting van zijn verblijf.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag worden beëindigd dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Eiser had geen verblijfsvergunning of aanvraag meer en de bevriezingsmaatregel gold niet als rechtmatig verblijf. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een duurzame relatie vóór de peildatum 24 februari 2022.
Verder was het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel niet gegrond, omdat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.