In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 28 november 2024. De rechtbank had in een eerdere uitspraak de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd met een dwangsom van €100 per dag tot een maximum van €7.500. De minister heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn het ‘8+8 wekenmodel’ geldt, waardoor de minister nu zestien weken krijgt om alsnog een besluit te nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000, als prikkel om tijdig te beslissen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Hiermee wordt beoogd de minister te bewegen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen op de asielaanvraag.