Eiseres, een Turkmeense derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne en vanwege de inval in Nederland tijdelijke bescherming kreeg, werd geconfronteerd met een besluit van de minister om haar tijdelijke bescherming te beëindigen en terug te keren naar Turkmenistan.
Na prejudiciële vragen aan het HvJ EU en daaropvolgende jurisprudentie nam de minister een vervangend terugkeerbesluit. Eiseres betwistte dit besluit onder meer vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit niet in strijd is met het gelijkheids- of zorgvuldigheidsbeginsel, maar achtte het besluit onrechtmatig vanwege onvoldoende onderzoek naar de situatie in Turkmenistan en mogelijke schending van het non-refoulementbeginsel.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het vervangend terugkeerbesluit vernietigd en proceskosten toegekend aan eiseres.