Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
DEXIA NEDERLAND B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 april 2024;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie;
- de in het geding gebrachte producties.
2.De feiten
3.De vordering en het verweer in conventie en in reconventie
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar tekort is geschoten, althans haar zorgplicht heeft geschonden jegens Afnemer;
- voor recht zal verklaren dat er ten aanzien van de overeenkomsten sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last conform het Hofmodel;
- het beding op basis waarvan Dexia resterende termijnen in rekening bracht op de eindafrekening met de overeenkomsten III en IV zal vernietigen, en voor recht zal verklaren dat Afnemer het totaalbedrag van € 7.537,71 niet verschuldigd is;
- het beding op basis waarvan Dexia beëindigingskosten in rekening bracht op de eindafrekening van de overeenkomsten III en IV zal vernietigen en voor recht zal verklaren dat Afnemer deze bedragen niet verschuldigd is;
- Dexia veroordeelt om aan Afnemer te voldoen al hetgeen Afnemer aan Dexia ingevolge de overeenkomsten heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente;
- Dexia veroordeelt in de proceskosten, met nakosten.
4.De beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie
De vaststelling van de schade wegens ten onrechte in rekening gebrachte termijnen en de schade wegens restschuld
Het op de schade in mindering brengen van het genoten voordeel
Eigen schuld (artikel 6:101 BW)
- in alle gevallen bestaat grond voor een vermindering van de vergoedingsplicht van Dexia voor zover deze betrekking heeft op de restschuld van Afnemer wegens een (voor de terugbetaling van de lening) ontoereikende verkoopopbrengst van de geleasede effecten bij beëindiging van de overeenkomst. Uit de overeenkomst was immers voldoende duidelijk kenbaar dat daarbij een geldlening werd verstrekt, dat het geleende bedrag werd belegd in effecten en dat het geleende bedrag moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de effecten op het tijdstip van verkoop daarvan. In evenredigheid met de mate waarin de aan Dexia en de aan de wederpartij toe te rekenen omstandigheden tot de restschuld hebben bijgedragen, wordt de vergoedingsplicht van Dexia ten aanzien hiervan in beginsel verminderd tot twee derde van de restschuld. Een derde blijft dus in beginsel voor rekening van Afnemer.
- in gevallen waarin het aangaan van de overeenkomst naar redelijke verwachting geen onaanvaardbaar zware financiële last op Afnemer zou hebben gelegd, mocht deze redelijkerwijs in staat worden geacht aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen en hoefde Dexia het aangaan van de overeenkomst niet te ontraden. Omdat de verplichtingen tot betaling van rente en tot terugbetaling van de verstrekte lening, ongeacht de waarde van de geleasede effecten op het tijdstip van verkoop daarvan, voldoende duidelijk uit de overeenkomst kenbaar zijn, wordt aangenomen dat de schade, bestaande in betaalde rente en betaalde termijnbedragen die strekten tot aflossing van de lening geheel worden toegeschreven aan de eigen schuld van Afnemer. De vergoedingsplicht van Dexia moet dan worden verminderd, zodanig dat Dexia de zojuist bedoelde schadeposten in het geheel niet hoeft te vergoeden;
- als het door Dexia te verrichten onderzoek zou hebben uitgewezen dat naar redelijke verwachting de uit de overeenkomst voortvloeiende financiële verplichtingen wel een onaanvaardbaar zware last op Afnemer zouden leggen, dan had Dexia het aangaan van de overeenkomst aan Afnemer moeten ontraden en kan de schade, bestaande in betaalde rente en betaalde aflossingen, niet geheel worden toegeschreven aan de eigen schuld van Afnemer. In evenredigheid met de mate waarin de aan Dexia en de aan Afnemer toe te rekenen omstandigheden tot het ontstaan van de zojuist bedoelde schade van Afnemer hebben bijgedragen, wordt de vergoedingsplicht van Dexia daarom in beginsel verminderd tot twee derde deel van de schade bestaande in betaalde rente en betaalde aflossingen. Dat betekent dat zij een derde deel van de schade niet hoeft te vergoeden en dat de betreffende schadeposten in zoverre voor rekening van de wederpartij blijven. Bijzondere, van de betrokken individuele zaak afhankelijke omstandigheden kunnen tot een andere schadeverdeling aanleiding geven.