Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
geloofwaardig. Dat betekent dat de minister er bij de verdere beoordeling van de asielaanvraag van uitgaat dat eiseres geen problemen heeft gehad met deze mensenhandelaar en niet seksueel door hem is uitgebuit. Dat betekent ook dat de minister er niet van uitgaat dat deze mensenhandelaar behoort tot een Nigeriaans netwerk van mensenhandelaren. De minister is om die reden niet toegekomen aan de vraag of eiseres bij terugkeer naar Liberia (opnieuw) voor deze mensenhandelaren heeft te vrezen. Aan die vraag komt de minister namelijk pas toe als de problemen van eiseres met de mensenhandelaar geloofwaardig zijn. [12] In het geval van eiseres is daarom (vooralsnog) niet van belang dat de minister – voor zover dat al uit de door eiseres aangehaalde rechtspraak [13] volgt – altijd een risicoanalyse moet maken bij slachtoffers van mensenhandelaren van een Nigeriaans netwerk. Dat zou pas aan de orde kunnen komen als de rechtbank tot het oordeel komt dat de minister de problemen van eiseres met de mensenhandelaar ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Verder heeft de minister niet aan eiseres tegengeworpen dat zij
niet consequentheeft verklaard over de mensenhandelaar en haar schuld bij hem. Het is om die reden niet van belang dat eiseres stelt dat zij consequent heeft verklaard. De tegenwerping van de minister ziet alleen op de summiere inhoud van de verklaringen. De rechtbank zal hierna dan ook alleen beoordelen of de minister zich op het standpunt mocht stellen dat eiseres summier heeft verklaard.
opvolgendeasielaanvraag heeft gedaan. Bij de eerste asielaanvraag van eiseres heeft de minister zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico op ernstige schade loopt als gevolg van haar gedwongen huwelijk en de daaruit voortvloeiende problemen. Deze motivering staat, zoals onder 3.2 overwogen, inmiddels vast. Een opvolgende aanvraag is niet bedoeld om de afwijzing van een eerdere asielaanvraag (nogmaals) ter discussie te stellen. De beoordeling van de eerdere asielaanvraag is dus, anders dan eiseres op zitting en onder verwijzing naar de uitspraak van de zittingsplaats Roermond van deze rechtbank [23] heeft betoogd, met het indienen van deze opvolgende asielaanvraag niet weer ‘open’ komen te vallen. Voor zover eiseres aan deze opvolgende asielaanvraag problemen ten grondslag heeft gelegd die zij óók ten grondslag heeft gelegd aan haar eerste asielaanvraag, zal de beoordeling daarom beperkt zijn tot de vraag of eiseres feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die – zo nodig samen met de feiten en omstandigheden uit de eerste asielaanvraag – een ander licht doen schijnen op het standpunt van de minister in het besluit op de eerste asielaanvraag.