ECLI:NL:RBDHA:2026:3023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor jongvolwassen Syrische zonen wegens ontbreken gezinsleven
De zaak betreft de afwijzing van aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) door de Syrische jongvolwassen zonen van een referent. De minister wees de aanvragen af omdat zij niet onder het jongvolwassenenbeleid vallen en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn die gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat eisers, die op het peilmoment 26 en 27 jaar oud waren, onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij feitelijk tot het gezin van hun vader behoren. Zij hebben meerdere jaren zelfstandig in Turkije gewoond, gewerkt of naar werk gezocht, en zijn pas later teruggekeerd naar het gezin om financiële redenen. De minister heeft terecht geoordeeld dat geen sprake is van gezinsleven onder het jongvolwassenenbeleid.
Ook de stelling dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn, wordt verworpen. De minister heeft alle relevante omstandigheden betrokken, waaronder samenwoning, financiële en emotionele afhankelijkheid, en medische situatie. De rechtbank volgt de minister dat deze elementen niet voldoende zijn aangetoond. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro is correct uitgevoerd en de hoorplicht is niet geschonden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van gezinsleven onder artikel 8 EVRM.