Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij in conventie,
gemachtigde: mr. S. Wouters,
gedaagde partij in conventie,
gemachtigde: mr. S.J.M. Masselink.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De werknemer trad in september 2024 in dienst bij Nobleo als Junior Constructeur en had een concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. Na zijn vertrek in december 2025 ging hij via 4People werken aan hetzelfde project waar Nobleo ook bij betrokken was. Nobleo vorderde in kort geding dat de werknemer zijn werkzaamheden op dat project staakte en dat het concurrentiebeding werd nageleefd, inclusief boetes.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig tot stand was gekomen, maar dat de werknemer het beding had overtreden door werkzaamheden te verrichten op het project. Echter, bij de belangenafweging bleek dat het beding de werknemer verder beperkte dan noodzakelijk om het bedrijfsdebiet van Nobleo te beschermen. Nobleo had onvoldoende onderbouwd dat het vertrek van de werknemer daadwerkelijk tot omzetverlies leidde.
Daarom werd geconcludeerd dat het concurrentiebeding onbillijk was en waarschijnlijk in een bodemprocedure niet stand zou houden. De vorderingen van Nobleo werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De werknemer werd niet gehouden aan boetes wegens overtreding van het beding.
Uitkomst: De vorderingen van Nobleo worden afgewezen omdat het concurrentiebeding de werknemer onbillijk beperkt en onvoldoende is onderbouwd.