In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 9 januari 2026, wordt het derde beroep van eisers behandeld. Eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) van 25 mei 2023. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld. Voorafgaand aan het beroep moesten eisers de minister middels een ingebrekestelling op de hoogte stellen van het niet tijdig beslissen. De minister heeft op 27 oktober 2025 alsnog een besluit genomen, waardoor de rechtbank oordeelt dat er geen aanleiding is om de minister te dwingen tot een nieuw besluit. Het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond verklaard, omdat eisers geen gronden hebben ingediend die betrekking hebben op dit besluit. De rechtbank heeft de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en eisers zijn geïnformeerd over hun recht om een verzetschrift in te dienen als zij het niet eens zijn met de uitspraak.