ECLI:NL:RBDHA:2026:3627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangend terugkeerbesluit tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
Eiser, een Marokkaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de inval in Oekraïne, betwist het vervangend terugkeerbesluit van 12 augustus 2025 waarin zijn tijdelijke bescherming wordt beëindigd en hij wordt verplicht Nederland te verlaten.
De rechtbank overweegt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag worden beëindigd dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Eiser heeft geen verblijfsvergunning of lopende aanvraag en het terugkeerbesluit voldoet aan de Terugkeerrichtlijn. De bevriezingsmaatregel wordt gezien als feitelijke opschorting en niet als rechtmatig verblijf, waardoor geen strijd met het vertrouwensbeginsel bestaat.
Verder is onvoldoende gebleken dat eiser een beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland heeft opgebouwd zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank ziet ook geen strijd met het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege een gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Partijen hebben schriftelijk gereageerd en de rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan. De uitspraak bevestigt dat de tijdelijke bescherming van eiser rechtmatig is beëindigd en hij binnen vier weken na de uitspraak Nederland moet verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.