In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 30 november 2023. Eerder had de rechtbank een beslistermijn van zestien weken opgelegd aan de minister, maar deze is niet nagekomen. De rechtbank verklaart het tweede beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank overweegt dat de minister binnen acht weken na de uitspraak een besluit moet nemen, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 om de minister te stimuleren tijdig te beslissen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een lagere wegingsfactor vanwege de beperkte omvang van het opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.