Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V.B.A., uit [vestigingsplaats] ([land]), eiseres,
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Inleiding
.Eiseres is niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
.In het bestreden besluit wordt verder voor het eerst artikel 3 van Pro de Msw aan de motivering toegevoegd, de 'fraus legis' bepaling. Ook daarbij gaat verweerder ten onrechte uit van het aanleveren door haar van gemanipuleerde monsters. Er is geen bewijs voor betrokkenheid bij enige constructie, samenstel van rechtshandelingen of iets dergelijks. Verweerder gaat ervan uit dat de gehaltes van het vervoerde product niet correct zijn vastgesteld en zet daar andere gehaltes tegenover. Voor zover de mineralengehaltes te hoog waren en er dus minder mineralen dan gemeld zijn afgevoerd, is de lagere hoeveelheid mineralen in ieder geval verantwoord. Er kan ook geen boete opgelegd worden voor feitcode M311. Zij heeft de gegevens die op het VDM zijn ingevuld wel degelijk naar waarheid elektronisch ingediend. Zij heeft immers de gegevens ingediend zoals deze voor handen waren en op het VDM zijn ingevuld. Hier is niets aan gewijzigd. Ook valt niet in te zien dat zij feitcode M502 heeft overtreden. Uit het afdoeningsrapport volgt dat het monster aan het laboratorium is aangeboden en dat het laboratorium correct heeft bemonsterd en geanalyseerd. De stelling dat kunstmest aanwezig is, zegt niets over de wijze van bemonstering en aanbieden van monsters. De verwijzing van verweerder naar de uitspraak van de College van Beroep voor het bedrijfsleven (het College) van 23 januari 2024 [3] in dit kader is niet te volgen, aangezien in deze uitspraak wel was vastgesteld dat er gemanipuleerd was met een aantal monsters, bijvoorbeeld omdat er afwijkingen waren geconstateerd aan monsterverpakkingen. Verweerder heeft in dit geval echter niet daadwerkelijk geconstateerd dat er gefraudeerd is met mestmonsters. Verder is de door verweerder genoemde opsporingsmethode van WFSR [4] niet openbaar en voor haar dus niet controleerbaar. Zij kan zich hier dan ook niet tegen verdedigen, hetgeen in strijd is met de waarborgen en algemene rechtsbeginselen die onder andere voortvloeien uit artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
.Dat de onderzoeksmethode van WFSR niet openbaar is betekent niet dat sprake is van strijd met artikel 6 van Pro het EVRM. Eiseres heeft niet aangevoerd waarom volgens haar getwijfeld moet worden aan de deugdelijkheid van deze onderzoeksmethode. Eiseres heeft de gelegenheid gehad de conclusies van WFSR te weerleggen door een tegenonderzoek te (laten) uitvoeren zonder de wetenschappelijke onderbouwing achter de onderzoeksmethode te kennen. Dat heeft zij niet gedaan. Een door eiseres gewenste heranalyse door de WFSR heeft tot de constatering van vergelijkbare gehalten geleid. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de fingerprintmethode een deugdelijke manier is om fosfaatkunstmest in mestmonsters aan te tonen. [6] Van strijd met de onschuldpresumptie is geen sprake.
,omdat de geanalyseerde fosfaatgehalten van de gemanipuleerde mestmonsters niet bruikbaar zijn.
.Daarmee heeft zij artikel 64, tweede lid en artikel 124, eerste lid van de Urm overtreden.
.