In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 6 januari 2024. De rechtbank had in een eerdere uitspraak de minister al een beslistermijn van zestien weken opgelegd, met een dwangsom van €100 per dag tot een maximum van €7.500. De minister heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op de overschrijding van de maximale beslistermijn van 21 maanden, past de rechtbank een kortere termijn toe en legt zij een nieuwe beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd om de minister te stimuleren binnen deze termijn te beslissen.
De rechtbank wijst erop dat de dwangsom bedoeld is als prikkel en dat de eerdere dwangsom niet heeft geleid tot een besluit, maar dat dit geen aanleiding geeft tot verhoging. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.