ECLI:NL:RBDHA:2026:5476
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat Nederland op 30 oktober 2025 een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan, dat op 3 november 2025 is aanvaard. Eiser stelde dat de minister onvoldoende individuele belangenafweging heeft gemaakt op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, onder meer vanwege zijn mentale en fysieke gesteldheid, negatieve ervaringen in eerdere procedures, en zijn homoseksualiteit. De rechtbank oordeelt dat de minister dit in redelijkheid niet hoefde te doen omdat geen bijzondere omstandigheden van onevenredige hardheid zijn vastgesteld.
Verder voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende is toegepast, mede vanwege structurele tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en opvang, en dat hij risico loopt op indirect refoulement. De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland nog steeds geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook is het risico op indirect refoulement binnen de Dublinprocedure niet te beoordelen tenzij sprake is van systeemfouten, wat hier niet is vastgesteld.
Ten aanzien van het gehoor en de zienswijze oordeelt de rechtbank dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn bezwaren kenbaar te maken. Ook is geoordeeld dat eiser geen aannemelijk gemaakt gebrek aan effectieve rechtsbescherming in Duitsland heeft gesteld. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser kan worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.