In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 5 november 2023. Eerder had de rechtbank Roermond geoordeeld dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen en bij overschrijding een dwangsom van maximaal €15.000 verschuldigd was.
De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, waarna eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat bij een tweede beroep geen nieuwe ingebrekestelling vereist is en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt opnieuw een beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.
De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van het tweede beroep. De uitspraak is gedaan door rechter T.F. Bruinenberg en openbaar gemaakt op 27 maart 2026.