ECLI:NL:RBDHA:2026:6917
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek rijvaardigheid in plaats van educatieve maatregel gedrag en verkeer
Verweerder legde eiser aanvankelijk een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) op vanwege vermoedens van onvoldoende rijvaardigheid. Na een voorgesprek bleek dat eiser de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de EMG te kunnen volgen, waarna verweerder besloot een onderzoek naar de rijvaardigheid op te leggen.
Eiser betwistte het besluit, onder meer omdat hij ontkende met de telefoon in de hand te hebben gereden en stelde dat de snelheidsovertredingen onvoldoende waren voor een EMG. Ook voerde hij aan dat hij de Nederlandse taal wel voldoende beheerst en dat het onderzoek onevenredige gevolgen heeft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht uitging van de politiegegevens en dat de gedragingen van eiser voldoende concreet waren om een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid te rechtvaardigen. De trainer had op professionele gronden vastgesteld dat eiser onvoldoende Nederlands spreekt voor deelname aan de EMG.
De rechtbank concludeerde dat verweerder op goede gronden het onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het onderzoek naar de rijvaardigheid is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.