ECLI:NL:RVS:2009:BI4991
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
Bij besluit van 2 mei 2007 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan appellant een boete van €8.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, maar deze werden ongegrond verklaard door de minister en de rechtbank 's-Hertogenbosch.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het proces-verbaal als juist had aangenomen zonder voldoende tegenbewijs te overwegen, waaronder verklaringen dat de vreemdeling geen werkzaamheden had verricht. Tevens stelde appellant dat de vreemdeling als getuige had moeten worden gehoord. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het proces-verbaal op ambtseed een zwaarwegend bewijs vormt en dat de verklaringen van appellant onvoldoende waren om dit te weerleggen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het niet horen van de vreemdeling als getuige niet tot vernietiging van de uitspraak leidt, mede omdat appellant niet tijdig heeft verzocht om het horen van de vreemdeling tijdens de bezwaar- of beroepsfase. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.