ECLI:NL:RBDHA:2026:698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit voor derdelander Oekraïne ongegrond verklaard
Eiseres, een Nigeriaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne en vanwege de inval van Rusland tijdelijke bescherming kreeg in Nederland, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit bepaalde dat zij Nederland binnen vier weken na uitspraak moest verlaten, omdat haar tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 was beëindigd.
Eiseres voerde aan dat het terugkeerbesluit prematuur was genomen en in strijd met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Zij stelde dat de bevriezingsmaatregel die de beëindiging van haar tijdelijke bescherming tijdelijk opschortte, niet mocht worden teruggedraaid en dat zij gelijk behandeld moest worden als Oekraïense ontheemden.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag worden beëindigd dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Eiseres had haar asielaanvraag ingetrokken en was niet in het bezit van een verblijfsvergunning. De bevriezingsmaatregel werd gezien als een feitelijke opschorting en niet als rechtmatig verblijf, waardoor het terugkeerbesluit rechtmatig was. Er was geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank zag ook geen aanleiding om het besluit onrechtmatig te achten op grond van het non-refoulementbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.