ECLI:NL:RBDHA:2026:7094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit bevestigd
Eiseres, een Marokkaanse nationaliteit houdende derdelander die tijdelijk in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder besloot deze bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen en eiste terugkeer naar Marokko. Na diverse prejudiciële vragen en jurisprudentie werd het eerdere besluit vervangen en bevestigd.
Eiseres voerde aan dat het terugkeerbesluit in strijd is met het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en haar recht op familie- en privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro. Verweerder stelde dat het rechtmatig verblijf was geëindigd en dat de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf opleverde.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming op grond van facultatieve bepalingen rechtmatig is, dat er geen sprake is van gelijke gevallen met Oekraïners en dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden. Ook is onvoldoende gebleken van een beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit blijft van kracht en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.