ECLI:NL:RBDHA:2026:7247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat in dit geval sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 en wordt vastgesteld dat de minister reeds €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.