Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Wat eiser aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd
Het bestreden besluit
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende man, diende op 27 juni 2023 een asielaanvraag in na bedreigingen en mishandelingen door de ELN en de Venezolaanse maffia. De minister wees de aanvraag op 26 augustus 2025 af, stellende dat er geen sprake was van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat bescherming door autoriteiten in Colombia mogelijk was.
Eiser betwistte dat bescherming van de autoriteiten in Colombia effectief is en voerde aan dat hij zich niet elders in Colombia veilig kan vestigen. Hij verwees naar landeninformatie en eerdere jurisprudentie die de ontoereikendheid van bescherming door Colombiaanse autoriteiten onderstreepten.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan zijn bewijslast had voldaan met recente landeninformatie waaruit blijkt dat de GAULA effectief optreedt tegen afpersing. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het vragen van bescherming zinloos zou zijn, mede omdat hij zich niet tot de GAULA had gewend.
Ook het betoog dat een binnenlands beschermingsalternatief ontbreekt, werd verworpen. De rechtbank stelde dat de ELN en maffia niet overal aanwezig zijn en dat eiser zich elders in Colombia kan vestigen. Zijn financiële bezwaren waren onvoldoende om het ontbreken van een alternatief aan te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Schaberg op 13 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.