ECLI:NL:RBDHA:2026:727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit derdelander Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een Turkmeense derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de inval in Oekraïne, verzet zich tegen het terugkeerbesluit van 11 juli 2025. Dit besluit beëindigt zijn tijdelijke bescherming en legt hem de verplichting op Nederland binnen vier weken te verlaten.
De rechtbank overweegt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïense ontheemden, zoals bevestigd door het HvJ EU en de Afdeling bestuursrechtspraak. De bevriezingsmaatregel die de gevolgen van het eerdere besluit opschortte, is per 4 september 2025 gestopt, maar bleef gelden voor personen met lopende procedures zoals eiser.
Eiser stelt dat het terugkeerbesluit prematuur is, in strijd met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, en dat terugkeer een reëel risico op ernstige schade oplevert. De rechtbank oordeelt dat de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf oplevert en dat er geen toezeggingen waren die het vertrouwen van eiser rechtvaardigen. Ook is het verschil in behandeling met Oekraïners gerechtvaardigd vanwege het facultatieve karakter van de bescherming.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt, noch dat hij een beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland heeft opgebouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.