Eiseres heeft een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 29 april 2024. In een eerdere uitspraak had de rechtbank de minister al een beslistermijn van zestien weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de minister ook nu niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Gelet op het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden, past de rechtbank een kortere beslistermijn toe van acht weken, ingaande de dag na deze uitspraak. De dwangsom wordt opnieuw vastgesteld op €100 per dag met een maximum van €15.000, ingaande vanaf 20 juni 2026, nadat de eerdere dwangsom is volgelopen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, draagt de minister op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en veroordeelt hem tot betaling van proceskosten aan eiseres van €233,50. De dwangsom dient als prikkel om tijdig te beslissen, waarbij de rechtbank geen aanleiding ziet tot verhoging van de dwangsom ondanks eerdere niet-naleving.