Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een werknemer, aangeduid als [eisende partij], en zijn werkgever, Wattson Power B.V. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon en doorbetaling van zijn salaris tijdens ziekte. De werknemer was sinds 1 september 2022 in dienst bij Wattson Power en had zich op 21 augustus 2023 ziekgemeld. Het UWV had vastgesteld dat de werkgever zijn re-integratieverplichtingen niet was nagekomen en had de loondoorbetalingsverplichting verlengd tot 17 augustus 2026. De werkgever had echter meerdere keren het loon niet tijdig betaald, wat leidde tot de vordering van de werknemer in kort geding.
Tijdens de mondelinge behandeling op 7 januari 2026 had de werkgever een deel van het achterstallige loon betaald, maar de werknemer hield zijn vordering in stand voor de doorbetaling van het salaris en de wettelijke verhoging. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever verplicht was om het loon door te betalen, maar beperkte de wettelijke verhoging tot 25% vanwege de financiële situatie van de werkgever. De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer grotendeels toe, inclusief de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en veroordeelde de werkgever in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.