Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Den Haag
De werknemer trad op 1 september 2022 in dienst bij Wattson Power met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf 21 augustus 2023 is de werknemer ziekgemeld en het UWV heeft op 30 juni 2025 de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever verlengd tot 17 augustus 2026. Wattson Power betaalde het loon over oktober, november en december 2025 niet tijdig, ondanks meerdere sommatiebrieven van de werknemer.
De werknemer vorderde in kort geding betaling van het achterstallige loon, doorbetaling van het loon tot het einde van het dienstverband, wettelijke verhoging, rente, loonstroken, incassokosten en proceskosten. Wattson Power betaalde het achterstallige loon één dag voor de mondelinge behandeling en stelde dat zij slechts 70% van het loon verschuldigd was vanwege ziekte, en betwistte de overige vorderingen.
De kantonrechter oordeelde dat Wattson Power verplicht is 70% van het bruto maandsalaris van €5.555,55 te betalen, zijnde €3.888,55 bruto per maand, tot 17 augustus 2026. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 25% vanwege de financiële situatie van de werkgever. De wettelijke rente werd toegewezen over de periode van opeisbaarheid tot betaling. De buitengerechtelijke incassokosten van €1.041,67 en proceskosten van €1.079,47 werden eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van 70% van het loon vanaf januari 2026, wettelijke verhoging van 25%, rente, incassokosten en proceskosten.