ECLI:NL:RBDHA:2026:888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werknemer veroordeeld tot schadevergoeding wegens niet in acht nemen opzegtermijn
De werknemer trad op 1 april 2025 in dienst bij de werkgever als sloper met een bruto maandsalaris van € 2.749,44. Op 23 augustus 2025 liet de werknemer via een WhatsApp-bericht weten per direct niet meer te zullen werken, zonder de opzegtermijn van één maand in acht te nemen.
De werkgever verzocht de kantonrechter de werknemer te veroordelen tot betaling van een bruto maandsalaris als schadevergoeding en tot teruggave van bedrijfseigendommen, waaronder een mobiele telefoon en werkkleding. De werknemer voerde verweren aan over het ontbreken van een ondertekende arbeidsovereenkomst, vermeende onderbetaling en het niet ontvangen van certificaten, maar kon geen rechtsgeldige grond voor ontslag op staande voet aantonen.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer de arbeidsovereenkomst eenzijdig en zonder opzegtermijn heeft beëindigd, wat leidt tot een schadeplicht van één bruto maandsalaris conform artikel 7:672 lid 11 BW Pro. Daarnaast werd de werknemer veroordeeld tot teruggave van de bedrijfseigendommen binnen veertien dagen, met een vervangende schadevergoeding bij niet-naleving. De proceskosten werden eveneens aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: Werknemer veroordeeld tot betaling van een bruto maandsalaris als schadevergoeding en teruggave van bedrijfseigendommen wegens niet in acht nemen van de opzegtermijn.