ECLI:NL:RBDHA:2026:888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding bij opzegging arbeidsovereenkomst zonder inachtneming opzegtermijn
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag op 15 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen een vennootschap onder firma, hierna te noemen [verzoekende partij], en een werknemer, hierna te noemen [verwerende partij]. De werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst per direct opgezegd zonder de wettelijke opzegtermijn van één maand in acht te nemen. De werkgever heeft daarop verzocht om de werknemer te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van één bruto maandsalaris, alsook tot het teruggeven van bedrijfseigendommen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werknemer inderdaad de opzegtermijn niet heeft gerespecteerd en dat de werkgever recht heeft op schadevergoeding. De kantonrechter heeft de werknemer veroordeeld tot betaling van € 2.749,44, het bruto maandsalaris, en tot het teruggeven van de bedrijfstelefoon en werkkleding. Tevens zijn de proceskosten voor rekening van de werknemer gekomen, omdat hij ongelijk heeft gekregen in deze procedure. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.