ECLI:NL:RBDHA:2026:8969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering en werd in 2020 onderzocht door het UWV na een externe melding dat zij werkzaamheden verrichtte in kapsalons. Het UWV concludeerde dat eiseres inkomsten had uit een dienstverband en werkzaamheden die zij niet had gemeld, wat een schending van haar inlichtingenplicht vormt. Het UWV herzag haar uitkering en vorderde een bedrag van ruim €48.000 terug.
Eiseres betwistte de feiten en stelde dat haar werkzaamheden hobbymatig waren, zonder beloning, en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar medische situatie en de coronaperiode. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende bewijs had geleverd, waaronder onderzoeksrapporten, bankafschriften en getuigenverklaringen, en dat eiseres onvoldoende tegenbewijs had geleverd.
De rechtbank overwoog dat het UWV de terugvordering terecht had aangepast voor coronasluitingen en dat de medische behandelingen van eiseres niet voldoende waren onderbouwd om het bedrag verder te verlagen. Ook was er geen dringende reden om de terugvordering te matigen, ondanks de psychische en sociale gevolgen voor eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de WAO-uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.