In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 15 oktober 2023. Eerder had de rechtbank Arnhem de minister al een beslistermijn van vier weken opgelegd, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000 bij overschrijding.
De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank Den Haag verklaart dit beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank overweegt dat, gelet op het overschrijden van de maximale termijn van 21 maanden, een kortere beslistermijn passend is. Na een nader gehoor op 4 maart 2025 moet de minister binnen vier weken een besluit nemen, te rekenen vanaf de dag na deze uitspraak.
De rechtbank legt opnieuw een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000, omdat de eerdere dwangsom niet tot een besluit heeft geleid maar een verhoging niet gerechtvaardigd is. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van werkzaamheden bij een opvolgend beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.