In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser voor de derde keer beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 9 september 2023. De rechtbank had in een eerdere uitspraak een beslistermijn van acht weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vastgesteld.
De minister heeft niet binnen de opgelegde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is verklaard. De rechtbank bevestigt dat de minister alsnog binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank legt opnieuw een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met hetzelfde maximumbedrag.
De rechtbank overweegt dat de eerder opgelegde dwangsom nog niet volledig is volgelopen en dat de nieuwe dwangsom pas ingaat nadat de vorige is geëindigd, namelijk vanaf 1 augustus 2026. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een lagere wegingsfactor vanwege de aard van het opvolgende beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De rechtbank benadrukt dat de dwangsom een prikkel is om het bestuursorgaan te bewegen tijdig te beslissen en dat een verhoging van de dwangsom niet noodzakelijk wordt geacht.