Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, het college
Samenvatting
.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin € 1.075,44 is teruggevorderd van eiser over de periode van 1 juni 2021 tot en met 30 juni 2021 en bepaalt dat het bestreden besluit voor zover het ziet op de intrekking vanaf 1 juli 2021 in stand blijft;
- herroept primair besluit 2, voor zover daarin € 1.075,44 is teruggevorderd van eiser over de periode van 1 juni 2021 tot en met 30 juni 2021 en bepaalt dat het besluit over de intrekking vanaf 1 juli 2021 in stand blijft;
- bepaalt dat het terugvorderingsbedrag ten aanzien van juni 2021 wordt vastgesteld op € 907,99 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten van eiser.