ECLI:NL:RBDOR:2011:BU8235
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij bezwaar en beroep tegen WOZ-waarde woning
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, waarbij hij proceskostenvergoeding en vergoeding van taxatiekosten vorderde. Verweerder had de waarde van de woning vastgesteld op € 173.000,- en had reeds een deel van de proceskostenvergoeding toegekend, maar de taxatiekosten afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de zaak van gemiddeld gewicht is en dat een wegingsfactor 1 passend is voor de proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelt vast dat de taxatiekosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat de ingeschakelde taxateur een financieel belang heeft bij het resultaat van de procedure, wat strijdig is met het vereiste van onpartijdigheid. De taxateur is gelieerd aan de gemachtigde en ontvangt alleen betaling bij een waardeverlaging, waardoor sprake is van schijn van partijdigheid.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser in het beroep ontvankelijk is en dat verweerder de proceskosten in de beroepsfase moet vergoeden. De kosten worden verdeeld over meerdere samenhangende zaken vanwege gelijktijdige en identieke procedures. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken.
De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de kostenvergoeding, met uitzondering van de taxatiekosten, die ongewijzigd worden afgewezen. De overige onderdelen van het besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, terwijl taxatiekosten worden afgewezen.