ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0084
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- G.H.W. Bodt
- P.J. Tikken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en toepassing herinvesteringsreserve
Eiseres, een BV, kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2006 opgelegd wegens het niet correct toepassen van de herinvesteringsreserve (HIR) bij de verkoop en herinvestering van onroerende zaken. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een nieuw feit omdat verweerder niet beschikte over alle relevante gegevens bij de oorspronkelijke aanslag. Tevens is geen sprake van schending van beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast moet worden omgekeerd vanwege het niet indienen van een juiste aangifte door eiseres. De in 2005 gevormde HIR is terecht aan de winst over 2006 toegevoegd omdat het herinvesteringsvoornemen niet doorlopend aanwezig was. Ook de volgorde van verkoop van aandelen en herinvestering in het kantoorpand leidt ertoe dat de HIR toepassing correct is.
Daarnaast is de heffingsrente terecht berekend en is de verzuimboete gehandhaafd. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2006 wordt ongegrond verklaard.