Uitspraak
1.[Gedaagde sub 1 ( VOF)]
2.[Gedaagde sub 2], beherend vennoot van de vennootschap sub 1
3.[Gedaagde sub 3], beherend vennoot van de vennootschap sub 1
1.De procedure
2.De feiten
totaal € 1,125,57 bruto.”
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de afboeking van vakantiedagen tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid. De werknemer, sinds april 2014 arbeidsongeschikt, had voor de periode van 4 tot en met 22 augustus 2014 vakantieverlof aangevraagd en dit later ingetrokken, waarna hij opnieuw vakantieverlof vroeg en mondeling toestemming kreeg van de werkgever. Na beëindiging van het dienstverband werden 64 verlofuren in mindering gebracht op zijn vakantietegoed.
De werknemer stelde dat hij tijdens zijn ziekteperiode geen instemming had gegeven voor het afboeken van vakantiedagen en dat de vakantie vanwege zijn medische situatie geen recuperatiefunctie had. De werkgever voerde aan dat de aanvraag van vakantie al instemming inhield en dat vakantie ook tijdens arbeidsongeschiktheid een recuperatiefunctie vervult, omdat de werknemer dan vrijgesteld is van re-integratieverplichtingen.
De kantonrechter oordeelde dat instemming van de werknemer vereist is voor afboeking van vakantiedagen en dat deze niet volgt uit de enkele aanvraag van vakantie. Uit een verklaring van de bedrijfsarts bleek dat de werknemer tijdens de vakantieperiode daadwerkelijk ziek was en niet kon re-integreren. Daarom was het onterecht om de 64 uren als vakantiedagen af te boeken. De vordering van de werknemer tot terugbetaling van het bedrag werd toegewezen, inclusief een beperkte wettelijke verhoging en incassokosten.
Uitkomst: De werkgever moet de ten onrechte afgeschreven vakantiedagen tijdens arbeidsongeschiktheid terugbetalen met wettelijke verhoging en incassokosten.