ECLI:NL:RBGEL:2016:1785
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering en boete wegens niet-woonachtig zijn op BRP-adres
Eiser kreeg een herziening van zijn studiefinanciering opgelegd wegens het niet voldoen aan de woonverplichtingen zoals vastgelegd in artikel 1.5 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf). Verweerder stelde dat eiser niet feitelijk woonde op het BRP-adres, wat leidde tot terugvordering van €5.090,63 en een boete van 50% daarvan.
Eiser voerde aan dat hij tot maart/april 2014 wel op het BRP-adres woonde en leverde tegenbewijs aan in de vorm van verklaringen van Bureau Jeugdzorg, ’s Heerenloo en de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank oordeelde dat dit tegenbewijs voldoende was om het wettelijke bewijsvermoeden voor de periode augustus 2012 tot en met februari 2014 te ontzenuwen.
Voor de periode maart tot en met september 2014 stelde de rechtbank vast dat eiser niet voldeed aan de woonverplichtingen en dat de boete terecht werd opgelegd. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de boete betrof en stelde de boete vast op 50% van de studiefinanciering over de periode maart tot en met september 2014. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd voor de periode augustus 2012 tot februari 2014 en vastgesteld voor de periode maart tot september 2014.