Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 22 augustus 2017
Stichting [X] , te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of de verzoeken om teruggave van omzetbelasting voor de jaren 2007 tot en met 2012 ontvankelijk zijn; en zo ja,
- of eiseres moet worden aangemerkt als ondernemer voor de omzetbelasting en of zij recht heeft op aftrek van voorbelasting; en zo nee,
- of eiseres op grond van het vertrouwens- en/of gelijkheidsbeginsel moet worden aangemerkt als ondernemer.
Beslissing
- verklaart het beroep voor wat betreft de verzoeken om teruggaaf voor het derde en vierde kwartaal 2012 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor wat betreft de verzoeken om teruggaaf voor het derde en vierde kwartaal 2012;
- wijst de verzoeken om teruggaaf voor het derde en vierde kwartaal 2012 toe;
- stelt de teruggaaf over het derde kwartaal van 2012 vast op € 32.237 en over het vierde kwartaal 2012 op € 24.037;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.482;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 334 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;