Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 23 februari 2017
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Groningen, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- of verweerder beschikte over een navordering rechtvaardigend nieuw feit;
- of eiser de vereiste aangifte heeft gedaan;
- het tijdstip waarop de certificaten van aandelen [F] zijn verkregen;
- de waarde van de verkregen certificaten van aandelen [F] .
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag;
- vernietigt de beschikking heffingsrente;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.273;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 727;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 2.594,25;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 45 te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;