Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 16 november 2018
[X] B.V., te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Vpb 2014
Beslissing
- verklaart de beroepen met betrekking tot de aanslag Vpb over 2014 en de desbetreffende beschikking belastingrente gegrond;
- verklaart de beroepen met betrekking tot de naheffingsaanslag OB over 2011 en de desbetreffende beschikking heffingsrente gegrond;
- verklaart het beroep met betrekking tot de boetebeschikking ter zake van de naheffingsaanslag OB over 2012 tot en met juni 2014 gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraken op bezwaar in zoverre;
- vermindert de aanslag Vpb over 2014 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 122.389;
- vermindert de naheffingsaanslag OB over 2011 tot € 17.815;
- vermindert de boete ter zake van de naheffingsaanslag OB over 2012 tot en met 2014 tot € 60.393;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover het de overige boetebeschikkingen betreft;
- vermindert de boetes ter zake van de navorderingsaanslag Vpb over 2011, de aanslag Vpb over 2012, de navorderingsaanslag Vpb over 2012, de aanslag Vpb over 2013 (verzuimboete en vergrijpboete) en de naheffingsaanslag OB over 2011 tot respectievelijk € 3.906, € 2.214, € 20.824, € 2.375, € 13.860 en € 5.991;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 334 vergoedt.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;